Opspringen

Doel

Sommige honden hebben de gewoonte om bezoekers uitbundig te verwelkomen door tegen ze op te springen. Sommige honden gaan in hun enthousiasme hier zo ver in dat ze ook tegen iedereen die ze op straat tegen komen willen opspringen. Niet iedereen is hier even blij mee. Het doel van de hier beschreven oefening is dan ook om de hond ander, en meer acceptabel, gedrag bij een begroeting aan te leren.

Achtergrond

Bij dit gedrag moet je je eigenlijk eerst afvragen waarom een hond dit doet. Door op te springen probeert een enthousiaste hond dichter bij het gezicht van een mens te komen. Als de hond gewoon zou blijven staan zijn, afhankelijk van het formaat van de hond, heeft hij alleen de enkels of de knieën van een mens binnen bereik. Die lichaamsdelen zijn bij een enthousiaste begroeting niet interessant, de hond wil eigenlijk het liefst het hele gezicht besnuffelen en aflebberen. Hij kan bij dat gezicht komen door op te springen. De gemiddelde mens, die daar niet van gediend is, gaat dan allerlei opgewonden geluidjes en bewegingen maken, waardoor de hond eigenlijk alleen maar aangespoord wordt. 

Je kan van dat opspringen op een aantal manieren afkomen.
Als eerste kun je natuurlijk zelf door de knieën gaan. Daarmee komt het gezicht van de mens dichter bij de kop van de hond, en hoeft er niet meer gesprongen te worden voor de begroeting. Niet iedereen is hier echter van gediend of is hier toe in staat. 

Ten tweede is er de beproefde manier met het knietje: als de hond springt tilt de mens zijn knie op, zodat de hond daar tegenaan botst, zich daarbij wellicht bezeert, en zeker niet bij zijn doel komt. Ook deze methode heeft een aantal nadelen: het is eigenlijk alleen goed te doen bij honden van het formaat Retriever of Herdershond. Zijn de honden veel kleiner dan komen ze nooit bij een opgetilde knie, zijn ze veel groter dan zal die knie ze niet tegen houden, ze stappen daar gewoon over heen. Bovendien is weer niet iedereen hiertoe in staat (denk aan mensen met fysieke gebreken, een aanstormende Labrador heeft een niet al te sterk mens zo ondersteboven). Het voornaamste bezwaar tegen deze methode is echter dat je de hond wel leert wat niet mag, maar je leert hem geen alternatief gedrag (iets dat wel mag) aan. 

Het mooiste is dan ook om de hond een alternatief gedrag aan te leren, dat hij bij het begroeten ‘automatisch’ gaat uitvoeren. Erg geschikt hiervoor is het ‘zitten’, want een hond die zit kan nou eenmaal niet tegelijkertijd opspringen.

Methode

Zorg dat er wat te begroeten valt, er is dus een helper nodig. Zet de omstandigheden in scene waaronder de hond het vervelende gedrag vertoont. De ene hond doet dit bij de voordeur als er bezoek binnen komt, de andere hond springt op straat tegen iedereen op.

Als de hond nu tegen de helper wil opspringen draait de helper zich om. Op dat moment verdwijnt het gezicht van de helper uit het beeld van de hond, en is de reden voor het opspringen eigenlijk al verdwenen. 

Als de hond weet wat ‘Nee’ betekent kan hiermee de oefening iets verkort worden, als hij dit woord hoort weet hij immers dat er niks te halen is. 

Als de helper zich omgedraaid heeft geeft de eigenaar het commando ‘zit’. Pas als de hond zit draait de helper zich weer om, zodat de hond het gezicht weer kan zien. Als de nu hond blijft zitten wordt hij hiervoor beloond, komt hij echter overeind dan beginnen we weer van voor af aan. 

De beloning moet ook echt de moeite waard zijn. Als de hond met voer te motiveren is kun je als beloning prima iets lekkers gebruiken. Als de eigenaar er geen bezwaar tegen heeft dat de hond voer aanneemt van vreemden is het het mooiste als de helper de hond als beloning iets lekkers kan geven. Dan leert de hond snel dat springen bij een begroeting hem niets oplevert (zodra hij aanstalten maakt is de pret immers gelijk over), maar dat ‘zitten’ bij een begroeting veel meer de moeite waard is. Die vreemde geeft hem dan iets lekkers. 

Als het met deze ene helper goed gaat moet de oefening herhaald worden met zo veel mogelijk verschillende andere helpers. Als het een paar keer goed gegaan is kan je proberen het ritueel met het omdraaien achterwege te laten. Zodra de helper in beeld verschijnt komt dan onmiddellijk het commando ‘zit’. Als de hond dan toch weer wil gaan springen draait de helper weer zijn rug naar de hond toe: de oefening is dan iets te snel gegaan. 

Als de oefening regelmatig goed gaat kan de beloning afgewisseld worden (een keer ‘braaf’, een keer een aai over de borst van de hond) en dan kan de beloning ook afgebouwd worden (niet meer bij elke keer dat het goed gaat een beloning, maar sla de beloning eens een paar keer over). Als deze oefening een paar keer per dag gedaan wordt krijg je zo binnen een week een hond die, in plaats van op te springen, bij een begroeting netjes gaat zitten wachten totdat hij beloond wordt.