Elektronische halsbanden

Het volgende rapport heeft Herman Peet geschreven om de Dierenbescherming voldoende informatie te verschaffen zodat men een goed gefundeerd standpunt kan innemen ten aanzien van elektronische trainingshulpmiddelen voor honden.

Het rapport vertegenwoordigt daarmee dus niet het formele standpunt van de Dierenbescherming, het geeft slechts aanbevelingen die de organisatie al dan niet kan overnemen.

__________________________________________________________________________________________

Samenvatting

Er is een groot aantal elektronische trainingshulpmiddelen voor honden op de markt. Deze hulpmiddelen zijn vrij verkrijgbaar, het kopen en gebruiken van deze apparaten is niet aan regels gebonden. Het volgende rapport geeft een korte samenvatting van de ethologische principes waarop de werking van deze apparaten berust. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste hulpmiddelen, hun kenmerken en toepassingen. Er wordt aandacht gegeven aan praktische bezwaren en nadelige gevolgen van ondoordachte toepassing van deze hulpmiddelen. Tenslotte wordt een aantal aanbevelingen gedaan, waaronder:

  • het van de markt weren van apparaten die niet aan Europese richtlijnen voldoen
  • het reglementeren van de verkrijgbaarheid en het gebruik van deze apparaten middels een vergunningenstelsel.

_____________________________________________________________________________________________________________________

Inhoudsopgave 

1. Inleiding

a. Doel
b. Ethologische achtergronden
i. Algemeen
ii. Straf
iii. Positieve straf
iv. Aversieve stimulus
v. Verstorende stimulus
vi. Onderzoeksresultaten
c. Toetsingscriteria veiligheid en betrouwbaarheid

2. Verkenning

a. Apparaten naar gebruik
i. Tele-bediend trainingssysteem
ii. Onzichtbare afrastering
iii. Anti-blaf systemen
iv. Afschrikking
b. Apparaten naar afgegeven stimulus
i. Elektrisch
ii. Akoestisch (ultrasoon)
iii. Olfactorisch (reuk)
c. Situatie in enkele andere landen

3. Ethologische aspecten

a. Sociale fobie
b. Scheidingsangst
c. Territoriaal gedrag
d. Stress
e. Context-leren

4. Fysieke beschadigingen

5. Praktische bezwaren

a. Onzichtbare afrastering
b. Tele-bediende trainingssystemen

6. Technische stand van zaken

a. Wettelijke eisen
b. Onbedoeld prikkels afgeven

7. Conclusies en aanbevelingen

8. Referenties

_____________________________________________________________________________________________________________________

1. Inleiding

A. Doel

Door de voortschrijdende miniaturisering van elektronica komt er een groot aantal trainingshulpmiddelen voor honden op de markt waarin elektronica is toegepast. Deze hulpmiddelen zijn vrij verkrijgbaar voor het publiek. De Dierenbescherming heeft ten aanzien van enkele hulpmiddelen reeds een standpunt ingenomen. Door de toename van het aantal hulpmiddelen lijkt het gewenst de reikwijdte van het standpunt uit te breiden tot alle categorieën hulpmiddelen.

Het doel van dit rapport is om informatie te verschaffen op basis waarvan dit standpunt bepaald kan worden. De apparaten worden daartoe beoordeeld op objectieve ethologische en technische aspecten. Subjectieve (emotionele) argumenten worden buiten beschouwing gelaten. Er wordt evenmin een oordeel gegeven over de doeltreffendheid van de diverse apparaten. Doeltreffendheid valt alleen te beoordelen op grond van vergelijkend wetenschappelijk onderzoek, en dit is niet in voldoende mate beschikbaar voor alle categorieën apparaten.

De technische informatie in dit rapport werd verkregen uit openbare bronnen, via het internet, via persoonlijke contacten en op navraag van een importeur.
Speciale dank verdient de Franse veterinair en onderzoeker Xavier Aubry, die een grote hoeveelheid informatie, verzameld tijdens zijn studie over dit onderwerp, ter beschikking stelde.

B. Ethologische achtergronden

i. Algemeen

Elektronische trainingshulpmiddelen geven een prikkel (stimulus) af aan het dier. Doorgaans worden de apparaten gebruikt met het oogmerk er voor te zorgen dat bepaald (ongewenst) gedrag in de toekomst achterwege zal blijven. Dit kan alleen als er aan een drietal voorwaarden wordt voldaan:

  1. Het dier moet de stimulus als onaangenaam ervaren
  2. Het dier moet de stimulus ervaren als een onmiddellijk gevolg van het gedrag
  3. Het dier moet de mogelijkheid hebben een alternatief en gewenst gedrag te vertonen.

 ii. Straf

In de ethologie is er sprake van straf als een stimulus (die onmiddellijk volgt op een bepaald gedrag) leidt tot een verminderde bereidheid het gedrag te herhalen. De ethologische betekenis van straf heeft daarmee dus betrekking op het effect van de prikkel ten aanzien van de bereidheid van het dier het gedrag te herhalen. Met deze definitie is straf een objectief begrip, vermindering van de frequentie van gedragingen kan immers gemeten worden.

De ethologische definitie van straf is een andere dan de meer gebruikelijke notie, waarin straf gezien wordt als het toedienen van een onaangename ervaring, in de hoop of verwachting dat daardoor het gedrag zal verdwijnen of afnemen. In deze context is straf een subjectief (en speculatief) begrip, niemand kan immers bepalen in hoeverre het dier de toegediende prikkel als onaangenaam zal ervaren, en of het dier een verband legt tussen het gedrag en de prikkel. In dit rapport wordt, als over straf gesproken wordt, het ethologische begrip bedoeld.

iii. Positieve straf

Onder positieve straf verstaat men het toevoegen van een prikkel (direct volgend op een gedraging) zodat de bereidheid om het gedrag te herhalen afneemt. “Positief” heeft hier betrekking op het toevoegen van de prikkel, maar het zegt niets over de aard van de prikkel.

iv. Aversieve stimulus

Aversieve stimuli zijn prikkels die het dier als onaangenaam ervaart. Voorbeelden zijn pijn door een elektrische schok, een hard geluid, een ruk aan een slipketting of een onverwachte straal water. De meeste hier besproken trainingshulpmiddelen genereren aversieve stimuli.

v. Verstorende stimulus

Er zijn trainingshulpmiddelen die een verstorende (in de -voornamelijk Engelstalige- literatuur wordt gesproken over “disruptive”) stimulus afgeven, zoals de citronella halsband. Deze stimulus is niet pijnlijk, er komt slechts een luchtje vrij. Deze stimulus verstoort even het gedrag dat de hond op het moment van toedienen uitvoert. Als herhaaldelijke toediening van deze stimulus er toe leidt dat het gedrag minder vaak herhaald wordt kan, volgens de hiervoor besproken definitie van “straf”, gesproken worden van positieve straf. Doordat de stimulus echter geen pijn veroorzaakt is het toedienen er van “humaner” dan de gebruikelijke aversieve stimuli.

vi. Onderzoeksresultaten

Er is weinig wetenschappelijk onderzoek verricht naar korte- en lange termijn effecten van elektronische trainingshulpmiddelen. De Rijks Universiteit Utrecht heeft onlangs een onderzoek gedaan naar de korte termijn effecten van de teletac halsbanden onder laboratorium omstandigheden. Daarbij werd waargenomen dat honden soms last hebben van “napijn” na het toedienen van een aversieve stimulus. Tijdens het schrijven van dit rapport werd een nieuw onderzoek voorbereid naar deze effecten, maar dan tijdens trainingssituaties. Resultaten van dit onderzoek worden t.z.t. gepubliceerd in het tijdschrift “Applied Animal Behaviour Science”.

C. Toetsingscriteria veiligheid en betrouwbaarheid

Aan alle trainingshulpmiddelen kan een aantal eisen gesteld worden waaraan het hulpmiddel moet voldoen wil het acceptabel zijn. Omdat het in de onderhavige categorie hulpmiddelen om apparaten gaat die een stimulus aan het dier toedienen, mogen er eisen gesteld worden aan veiligheid en betrouwbaarheid. Deze eisen zijn:

  1. Het apparaat moet voldoen aan de wettelijke toelatingseisen
  2. Het apparaat moet onder alle omstandigheden veilig zijn, gebruik van het apparaat mag het dier niet fysiek beschadigen
  3. Het apparaat mag geen onbedoelde prikkels toedienen

_____________________________________________________________________________________________________________________

2. Verkenning

a. Apparaten naar gebruik

i. Tele-bediend trainingssysteem

Deze systemen bestaan uit twee apparaten:

  1. een halsband, waaraan een ontvanger is gemonteerd, alsmede de elektronica die de stimulus aan de hond toedient
  2. een zender, waarmee op afstand de ontvanger bediend kan worden

De zender wordt bediend door de trainer. Met de meer geavanceerde apparaten is op de zender de tijdsduur en/of de sterkte van de af te geven stimulus in te stellen. De trainer kan hiermee op afstand de hond een stimulus toedienen. De maximale afstand kan variëren, afhankelijk van het ontwerp van het apparaat en van de terrein- en weersgesteldheid, van enkele tientallen meters tot enige honderden meters.

ii. Onzichtbare afrastering

Dit is een variant op het hiervoor besproken systeem. Ook hier treffen we weer twee apparaten aan:

  1. een halsband, waaraan een ontvanger is gemonteerd, alsmede de elektronica die de stimulus aan de hond toedient
  2. een zender, waarmee op afstand de ontvanger bediend kan worden

Bij deze systemen staat de zender continu aan. De antenne is in de grond ingegraven langs de periferie van het gebied dat de hond niet mag verlaten. Zodra de ontvanger binnen een bepaalde afstand van de ingegraven zendantenne komt zal de ontvanger geactiveerd worden, en wordt de stimulus afgegeven. Sommige systemen laten, voordat de stimulus afgegeven wordt, een waarschuwingstoon horen. Na training wordt deze toon een geconditioneerde prikkel, zodat de hond in staat is de uiteindelijke stimulus te voorkomen door een stukje terug te gaan.

Een variant op dit thema is een systeem waarmee zeer lokaal (binnenshuis) kleine gebieden tot verboden gebied verklaard kunnen worden. Hierbij wordt geen antenne ingegraven, maar bestaat het stationaire gedeelte van het systeem uit een kleine zender met zeer laag vermogen. De halsband reageert op de zendsignalen binnen een straal van enkele meters van de zender.

iii. Anti-blaf systemen

Anti-blafsystemen bestaan uit één enkele halsband die een stimulus afgeeft zodra blaffen gedetecteerd wordt. De detectie van het blaffen kan langs verschillende wegen plaatsvinden:

  1. een microfoon die geluid detecteert
  2. een trillingsopnemer die trillingen registreert

Gevoeligheid van de blafsensor en sterkte en duur van de afgegeven stimulus zijn sterk afhankelijk van het ontwerp van het apparaat. Sommige apparaten zijn voorzien van instelbare gevoeligheid, instelbare tijdvertraging tussen detectie van het blaffen en afgifte van de stimulus, en een instelbare sterkte van de stimulus. Andere apparaten hebben een vaste instelling.
Ook bij deze categorie apparaten zijn er modellen die een waarschuwingstoon laten horen voordat de stimulus toegediend wordt, zodat de hond, na conditionering, de uiteindelijke prikkel kan vermijden.

 iv. Afschrikking

Ter afschrikking van (agressieve) honden zijn er diverse apparaatjes in de handel. Deze apparaatjes kunnen door de drager geactiveerd worden als hij zich bedreigd voelt door een hond. Het zijn doorgaans apparaten die een ultrasoon geluid genereren, hoewel er thans ook apparaten op de markt gebracht worden die gebruik maken van een olfactorische stimulus.

b. Apparaten naar afgegeven stimulus

i. Elektrisch

Deze halsbanden geven hun stimulus af aan de hond door middel van een tweetal elektroden. De elektroden kunnen op de nek van de hond rusten, maar bij sommige halsbanden (met name bij sommige anti-blafhalsbanden) worden de elektroden op het strottenhoofd geplaatst.

Alle apparaten worden gevoed door één of meer batterijen. De hoeveelheid elektrische energie die hiermee opgewekt kan worden is beperkt, en daarmee is het elektrisch vermogen dat in een stimulus toegediend kan worden ook beperkt. Daarmee is niet gezegd dat deze apparaten inherent veilig zijn, er circuleren hardnekkige verhalen dat er dieren beschadigd zijn door deze halsbanden.
De afgegeven stimulus is afhankelijk van het ontwerp van het apparaat. De spanning tussen de elektroden varieert, afhankelijk van model en type, van 1200 Volt tot 4000 Volt. Andere parameters (tijdsduur en frequentie van de elektrische schokken) variëren per model.

ii. Akoestisch (ultrasoon)

Een akoestische stimulus kan zowel gebruikt worden als aversieve prikkel en als verstorende prikkel. Als geluid gebruikt wordt als aversieve stimulus dient de geluidsdruk relatief hoog te zijn (soms wordt de pijngrens benaderd, in halsbanden is een geluidsdruk van 90 dB bij 8 kHz gemeten, in handbediende apparaten 110 dB bij 17 kHz). Als de pijngrens benaderd wordt bestaat er gevaar dat het gehoor van de hond beschadigd wordt. Bij gebruik als verstorende prikkel kan de geluidsdruk aanzienlijk lager zijn, waardoor geen kans meer bestaat op gehoorbeschadiging.

iii. Olfactorisch (reuk)

Een olfactorische stimulus (citronella) werkt verstorend op het gedrag dat de hond uitvoert op het moment dat de prikkel vrijkomt. De hond wordt “verrast” in zijn actie en stopt even met het gedrag. Op dat moment staat de hond open voor andere prikkels, en dan kan hem een alternatief gedrag aangeboden worden, dat vervolgens geconditioneerd kan worden.

Tijdens recente onderzoekingen bleek de doeltreffendheid van halsbanden die alleen met het reukloze drijfgas werkten beter te zijn dan die van halsbanden die gevuld waren met citronella. Dit verschijnsel wordt verklaard door habituatie: resten van het luchtje blijven aanwezig in de vacht van de hond, waardoor gewenning optreedt. Bij halsbanden die met dit systeem werken worden echter ook andere zintuigen geprikkeld: het verdampen gaat gepaard met een kort sissend geluid, een verdampingswolkje dat met het oog waarneembaar is en wellicht een korte kousensatie door de plotselinge expansie van het gas. Dit zou verklaren dat het verstorende effect ook zonder “geurtje” aanwezig is.

c. Situatie in enkele andere landen

Regelgeving met betrekking tot het gebruik van deze trainingshulpmiddelen varieert per land. Het volgende overzicht is niet uitputtend noch compleet.

In Noorwegen is het gebruik van onzichtbare afrasteringen en anti-blaf banden met elektrische stimuli feitelijk verboden. Tele-bediende elektrische halsbanden mogen wel gebruikt worden bij het afleren van jagen op schapen, rendieren en herten, mits de training gedaan wordt door daartoe geautoriseerde personen.

In Denemarken zijn elektrische halsbanden sinds 1993 verboden.

In Zwitserland is het bezit en gebruik van elektrische halsbanden illegaal. Er bestaat een uitzondering voor een aantal erkende professionals die de apparaten gebruiken voor therapeutische behandeling.

_____________________________________________________________________________________________________________________

3. Ethologische aspecten

In dit bestek is het onmogelijk om een uitputtende verhandeling te geven over probleemgedrag en de opties die er zijn om het te behandelen. Daarom wordt met enkele voorbeelden aangegeven wat de potentiële gevaren zijn van het ondoordacht gebruiken van aversieve middelen bij het bestrijden van ongewenst gedrag.

a. Sociale fobie

Sociale fobie gaat vaak gepaard met agressief gedrag naar andere honden. Honden die een sociale fobie hebben kunnen juist gevaarlijker worden door het gebruik van aversieve middelen.
Bij deze vorm van agressie naar andere honden wordt vaak geblaft. Dit blaffen hoort bij een serie intimiderende gedragingen, die vooraf gaan aan de uiteindelijke aanval. Als de eigenaar van zo’n hond besluit het symptoom (het blaffen) te bestrijden met een aversieve anti-blaf band zal het blaffen binnen korte tijd achterwege kunnen blijven, omdat elke blaf gevolgd wordt door een pijnsensatie. De hond kan in dat geval echter de aanwezigheid van een andere hond gaan associëren met pijn. Het ligt dan voor de hand dat de hond het blaffen uit zijn dreiggedrag achterwege zal laten en vervolgens zonder enige verdere waarschuwing kiest voor de aanval.

b. Scheidingsangst

Vocalisatie is één van de mogelijke symptomen bij scheidingsangst. Als een hond, die last heeft van scheidingsangst, door een aversieve halsband belet wordt te blaffen, dan kan hij vervangend gedrag gaan zoeken. Dit kan betekenen dat de hond gaat vernielen, maar ook dat de hond onzindelijk wordt of dat hij zijn toevlucht neemt tot zelfverminking.

c. Territoriaal gedrag

Territoriale agressie gaat meestal gepaard met blaffen. De hond is bang voor indringers, blaft, en ervaart dat de indringer (de postbode of een willekeurige voorbijganger) weer verdwijnt. Het gedrag wordt zo in stand gehouden. Het inzetten van een aversieve anti-blaf halsband zal ook hier het probleem kunnen verergeren, omdat de hond zo een negatieve ervaring (pijn) krijgt als een indringer het territorium betreedt.

d. Stress

Het effect van een pijnprikkel wordt in belangrijke mate bepaald door de hoeveelheid adrenaline in het bloed van het dier: onder invloed van adrenaline is een hond minder gevoelig voor pijn. Adrenaline wordt geproduceerd in stress situaties (bijvoorbeeld bij agressie of angst), en we mogen dus verwachten dat in die situaties de aversieve stimuli minder goed of zelfs helemaal niet door de hond gevoeld zullen worden.

e. Contextleren

De omgeving speelt een belangrijke rol bij het leerproces van de hond, een fenomeen dat ook wel bekend staat als “contextleren”. Verwacht mag worden dat de afstandsbediende aversieve halsband voornamelijk ingezet zal worden bij het afleren van ongewenst gedrag, bijvoorbeeld het jagen op schapen. Als er andere elementen in de omgeving zijn terwijl de stimulus wordt toegediend is het niet uitgesloten dat de hond de onaangename prikkel associeert met één van die andere elementen. Als er bijvoorbeeld een jumbojet overvliegt tijdens het toedienen van de elektrische schok bestaat de kans dat de hond voor eens en altijd de associatie legt tussen het vliegtuig en de pijnprikkel, de hond leert dan dat een jumbojet pijn doet. De hond zal vervolgens angstgedrag kunnen gaan vertonen voor overvliegende vliegtuigen, terwijl het oorspronkelijke probleemgedrag niet verholpen is.

_____________________________________________________________________________________________________________________

 4. Fysieke beschadigingen

Halsbanden die elektrische stimuli afgeven dienen veilig te zijn: het mag niet mogelijk zijn dat het dier geëlektrocuteerd wordt of dat het dier ten gevolge van het gebruik van het apparaat beschadigd wordt. Een hond met een natte vacht zal een lagere elektrische weerstand hebben dan een hond met een droge vacht, en derhalve is het mogelijk dat er een hogere stroom vloeit. Bij een goed ontworpen apparaat zal hier rekening mee gehouden zijn. Bij navraag bleek er nauwelijks bewijs te vinden te zijn voor het beschadigen van honden door de elektrische ontladingen die gegenereerd worden door de diverse elektrische halsbanden. Er zijn wel gedocumenteerde gevallen van beschadigingen en infecties die te herleiden zijn tot het gebruik van deze halsbanden; het is daarbij echter niet duidelijk of deze beschadigingen veroorzaakt zijn door te scherpe elektroden, de elektrische ontladingen, of een combinatie van factoren.

_____________________________________________________________________________________________________________________

 5. Praktische bezwaren

a. Onzichtbare afrastering

Een elektronische afrastering kan een hond, die de bijbehorende halsband draagt, onder normale omstandigheden beletten het terrein te verlaten. De vraag is echter of dit ook zal werken als de hond sterk gemotiveerd is om het terrein te verlaten, bijvoorbeeld als de hond vlucht voor onweer. Onder invloed van een verhoogd adrenaline niveau kan de hond dan de pijnprikkels negeren en het terrein verlaten. Als het adrenaline niveau weer tot het normale peil gedaald is zal de hond niet meer kunnen terugkeren op het terrein zolang de installatie in werking is.

Hetzelfde geldt voor een onderbreking in de stroomvoorziening: als de stroomvoorziening tijdelijk uitvalt kan de hond ongehinderd het terrein verlaten, maar hij kan daarna niet meer terug als de installatie weer in werking is.

Als de halsbanden gebruikt moeten worden bij honden met een dikke vacht (berghonden, poolhonden e.d.) zal de nek van de hond gedeeltelijk geschoren moeten worden om de elektroden contact te laten maken met de huid van de hond.

Tenslotte zal de afrastering dieren die geen bijbehorende halsband dragen niet tegenhouden. Het terrein is daarmee vrij toegankelijk voor wild, maar ook voor andere (al dan niet verwilderde) honden (bijvoorbeeld reuen die op de loopse teef op het terrein afkomen).

b. Tele-bediende trainingssystemen

Als het dier een relatie moet leggen tussen zijn gedrag en een prikkel die ontstaat als consequentie van dat gedrag, speelt de timing van het toedienen van die prikkel een belangrijke rol. Als vuistregel wordt vaak aangehouden dat de prikkel toegediend moet worden binnen een halve seconde na het gedrag. In sommige trainingssituaties moet sneller gereageerd worden, zodat bijvoorbeeld al een aversieve stimulus toegediend kan worden als een hond alleen maar naar schapen kijkt in plaats van te wachten totdat de jacht is ingezet. Onnauwkeurige timing leidt onherroepelijk tot onvoorspelbare resultaten van de training. Dit impliceert dat de trainer ter zake kundig dient te zijn.

_____________________________________________________________________________________________________________________

6. Technische stand van zaken

a. Wettelijke eisen

Europese richtlijnen bepalen dat alle elektronische apparaten, die op de markt gebracht worden, voorzien dienen te zijn van een CE markering. Deze markering garandeert dat het apparaat aan een aantal minimum eisen voldoet, onder andere met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit (EMC). Men mag verwachten dat een apparaat, dat voldoet aan de EMC normen, niet makkelijk te beïnvloeden zal zijn door een ander apparaat. Als illustratie voor de mogelijke problemen: onlangs ramde een autobus zonder bestuurder een spoorwegstation in het zuiden des lands; oorzaak was iemand die een GSM telefoon gebruikte, waardoor het brandstofsysteem van de bus op hol sloeg. Zo is het mogelijk dat een elektronische halsband, die geen CE markering draagt, de hond een prikkel zal toedienen als iemand in de buurt een telefoongesprek via een draagbare telefoon voert. Zo zijn er veel scenario’s te bedenken waarin het fout kan gaan (overigens garandeert de CE markering niet dat zoiets nooit zal gebeuren, maar de kans op brokken is aanzienlijk kleiner).

Lang niet alle elektronische halsbanden blijken echter voorzien te zijn van een CE markering. De overheidsinstantie die in Nederland toezicht houdt op naleving van de Europese regelgeving (de Rijksdienst Radiocommunicatie in Groningen) is nauwelijks bekend met deze categorie apparaten, en men geeft bovendien prioriteit aan andere zaken, zodat het feitelijk aan de fabrikanten en importeurs wordt overgelaten of men voldoet aan Europese richtlijnen.

b. Onbedoeld prikkels afgeven

Dit is gedeeltelijk gedekt onder wettelijke eisen. Van de anti-blaf banden die langs akoestische weg of via trillingen geactiveerd worden mag bovendien verwacht worden dat ze niet reageren op het blaffen van een andere hond in de nabijheid of op andere sterke geluiden en trillingen. Sommige halsbanden blijken dermate gevoelig te zijn dat het hier fout gaat. Een uitschieter op dit gebied is de band die zo gevoelig is dat hij al reageert op gefluister op 50 cm afstand, en die vervolgens een stimulus genereert van 4000 Volt die tot 30 minuten kan aanhouden.

_____________________________________________________________________________________________________________________

 7. Conclusies en aanbevelingen

Er is onvoldoende wetenschappelijk onderzoek verricht om de mogelijke negatieve effecten van elektronische aversieve trainingshulpmiddelen te kwantificeren. Uit de beschikbare literatuur blijkt dat het gebruik van aversieve stimuli niet altijd zal leiden tot het gewenste resultaat. Bovendien zijn er voldoende gegevens voorhanden over de nadelige effecten van dwang op het gedrag van dieren. Uiterste terughoudendheid bij het gebruik van elektronische hulpmiddelen is daarom geboden.

Apparaten die geen CE keurmerk dragen mogen nimmer op de markt gebracht worden. De verantwoordelijke overheidsinstanties dienen hierop toe te zien.

Bij het gebruik van elektronische hulpmiddelen dienen altijd de volgende criteria in ogenschouw genomen worden:

  • het inzetten van technische hulpmiddelen komt slechts in aanmerking als andere opties om het gedrag te beïnvloeden niet mogelijk zijn of niet blijken te voldoen
  • de training dient voorbehouden te zijn aan een vakbekwame gedragstherapeut of gedragsbegeleider
  • als besloten wordt dat een elektronische halsband gebruikt dient te worden verdient een systeem dat verstorende stimuli genereert de voorkeur
  • Ondeskundig gebruik van deze trainingshulpmiddelen gaat gepaard met risico’s. Daarom dienen zowel verkrijgbaarheid als gebruik van deze apparaten gereglementeerd te worden, bijvoorbeeld via een vergunningenstelsel.

_____________________________________________________________________________________________________________________

8. Referenties

  • Proceedings of the First International Conference on Veterinary Behavioural Medicine, Birmingham, April 1997
  • Murray Sidman: Coercion and its Fallout, 1989
  • Ruud Haak: Stroom afblazen, Onze Hond, 28 september 1994
  • Richard H. Polsky: Electronic Shock Collars: Are They Worth the Risks?, Journal of the American Animal Hospital Association, September/October 1994
  • Diverse veterinaire casus rapporten
  • Persoonlijke contacten met diverse veterinairs en gedragsbiologen
  • Columbus Dispatch: Fence company wants dog alive for evidence, January 1994

_____________________________________________________________________________________________________________________

 Naschrift

Op 31 januari 2000 werd het rapport “Training met behulp van stroombanden: een schokkende ervaring voor de hond?” gepubliceerd. Op grond van deze gegevens is het gerechtvaardigd om het gebruik van stroombanden te verbieden. Maar, twaalf jaar na dato, is dat nog steeds niet gerealiseerd.

Het onderzoek werd uitgevoerd door de ethologen drs J. van der Borg en dr. M. Schilder. Een uitgebreide samenvatting van dit onderzoek kunt u aanvragen op de site van DogVision.