Castratie en Sterilisatie

Om de kans op een ongewenst nest pups uit te sluiten laten veel mensen hun teefje onvruchtbaar maken.

Hier zijn twee manieren voor:

  1. Castratie, d.w.z. het verwijderen van eierstokken en baarmoeder (tegenwoordig verwijdert men soms ook alleen de eierstokken)
  2. Sterilisatie, d.w.z. het afsluiten van de eileiders

Doorgaans bedoelt men echter castratie als men het over sterilisatie heeft, maar zoals je ziet zijn het heel verschillende zaken.

Bij een jonge hond kan je alleen de eierstokken verwijderen. Er is dan geen hormoonproductie meer en juist de langdurige blootstelling aan progesteron geeft de bekende cysteuze endometrium hyperplasie (CEH), ofwel chronische baarmoederontsteking. Ook het ontstaan van mammacarcinomen (borstkanker) bij de hond is meestal hormoonafhankelijk en zonder eierstokken geen hormoonproductie, dus minder kans. In de USA verwijderen ze soms alleen de baarmoeder, terwijl ze de eierstokken laten zitten. Die honden worden gewoon loops en gedekt, maar krijgen geen puppies.
Bij een oudere hond weet je niet wat de conditie van de baarmoeder en de sluiting van de cervix is. Dan is het o.i. verstandiger om alle risico uit te sluiten en alles weg te halen in plaats van alleen de eileiders af te sluiten.

In Nederland wordt er meestal pas na de eerste loopsheid gesteriliseerd. Het beste moment is als de baarmoeder in de rustfase is, de anoestrus, 2-3 maanden na de loopsheid. Sommige dierenartsen adviseren echter om al veel eerder te castreren. Dit in verband met de verminderde kans op het optreden van carcinomen van het mammapakket.

Als uw hond net is gecastreerd dan kan een weekje rust geen kwaad. Hou rekening met het feit dat gaan liggen, gaan zitten en hardlopen aan de wond trekt, en dus zeer kan doen.

Mogelijke gedragsmatige bijwerkingen 

Gedrag wordt, zoals alle functies in het lichaam, (mede) geregeld door hormonen. Je zult dus, als je een teef onvruchtbaar maakt, moeten bekijken wat er als gevolg van die ingreep gebeurt met de hormoonhuishouding om iets over de gevolgen voor het gedrag te kunnen zeggen.

Agressie wordt mede ‘geregeld’  door het mannelijke hormoon testosteron, dat door een teef ook aangemaakt wordt. Dat aanmaken van testosteron bij de teef gebeurt onder invloed van de hypofyse. Omdat een teef niet agressief zou moeten zijn als ze pups heeft wordt die agressie, in de periode dat ze een nest heeft, weer geremd door het vrouwelijke hormoon oestrogeen. Oestrogeen wordt in wisselende hoeveelheden aangemaakt in een wisselwerking met allerlei processen die in de baarmoeder en eierstokken plaatsvinden, en die samenhangen met de cyclus van de teef en de zwangerschap.
Als je een teef castreert houdt de productie van oestrogeen op en valt de agressie-remmende werking van dat hormoon dus weg. Je kunt dan verwachten dat de hond wat zelfverzekerder zal worden onder invloed van het nog altijd aanwezige hormoon testosteron. Dit hoeft niet erg te zijn, sommige honden (de “watjes”) kunnen dat best gebruiken. Maar als je een kattige dame in huis hebt is het soms erg onverstandig om je teefje te castreren. Onze cursisten kunnen bij Ans terecht voor een deskundig advies of het voor jouw teefje wel of juist niet verstandig is om haar te laten castreren.

Een teef die voor haar geboorte een baarmoederhoorn met uitsluitend reuen heeft gedeeld krijgt hierdoor wat mannelijke eigenschappen en produceert meer mannelijke hormonen dan normaal, de testosteron productie is hier wat groter. Bij dit soort honden zie je vaak dat ze (ongecastreerd!) door die hogere testosteron productie naar dominantie en agressie neigen. Bij deze honden, die voor de castratie al dominant zijn en neigen naar agressie, kun je misschien wel problemen verwachten na een castratie. Je kunt verwachten dat zo’n hond zal proberen ranghoogste te worden als ze in een roedel met andere honden zit, en misschien krijg je problemen met honden uit de buurt.

Bij een reu werkt het net andersom. Vaak worden reuen wat rustiger door de vermindering van het mannelijk hormoon testosteron. Maar als je een ‘watje’ van een reu hebt kan castratie weleens averechts werken. Ook hier is het verstandig eventjes een gedragsmatig advies bij Ans in te winnen.

Lichamelijke bijwerkingen

Sommige honden worden wat dikker na een castratie.
Dit heeft te maken met een iets tragere stofwisseling. De hond hoeft hier geen last van te hebben als je het voer- en activiteiten regime aanpast.

Bij teefjes komt sporadisch onzindelijkheid voor.
Dit kan optreden omdat de tonus (spanning) van de sluitspier van de blaas minder wordt. Met name grote honden zoals New Foundlanders, Boxers etc. zouden daar last van hebben, vooral als ze ouder worden.
Dit is met medicijnen, ook homeopatische, redelijk te controleren.

Auteurs: Maria Groot, dierenarts, en Herman Peet en Ans Kolen, gedragstherapeuten voor honden.

Zo verloopt de sterilisatie van een teef

Zo verloopt de castratie van een reu